dinsdag 26 maart 2019

Tweede ontmoeting Kunsthumaniora

Bij onze tweede ontmoeting met De!Kunsthumaniora hadden de leerlingen zich gefocust op de uitwerking van de vraag: 'Wat kan de kunst nog betekenen in de 21ste eeuw.' Enkele ideeën sloten mooi aan bij de vraagstelling zoals de voorbeelden om de kunst een therapeutische of choquerende werking te laten geven. Anderen weken echter meer uit van de vraag en waren (misschien net daardoor) des te interessanter. Op een gegeven moment kwamen we op een onderwerp in verband met vrouwelijkheid en zijn we helemaal los gekomen van de vraag. Het meisje in kwestie, Emma wilde de term vrouwelijkheid en de criteria waar je aan dient te voldoen om vrouw te zijn, onderzoeken. Toen kwamen we op de vraag wat het eigenlijk inhoudt om een vrouw te zijn. Want is alles wat we tot nu toe gedaan hebben niet met de bedoeling ons aan te passen aan de gemeenschap? Aangezien de man vroeger in het voordeel was om de fysieke arbeid te verrichten, werden de vrouwen bijna gedwongen om voor de minder uitdagende zaken te zorgen. Vanaf het begin bepaalde de man dus het systeem dat leidde tot een dagelijkse sleur en paste de vrouw zich hier aan aan. Je kan stellen dat het een natuurlijke reflex is om de taak in kwestie te laten uitvoeren door de meest geschikte kandidaat. Echter, wat als dit geen natuurlijk fenomeen is en dat de mannen x aantal jaar geleden hun superioriteitsgevoel handmatig hebben opgelegd. Vrouwen hebben namelijk de mogelijkheid om kinderen voort te brengen, bezaten iets wat mannen niet hadden of begrepen. Hierdoor konden ze gezien worden als een soort godin. Om niet onder te doen aan de 'gave' van de vrouw, namen de mannen iets en maakten het hun eigen. Zie hier het begin van de patriarchale wereld. Ik zou willen aanstippen dat dit echter slechts een visie is die gezegd werd in onze groep, dit betekend niet dat u dit klakkeloos moet aannemen maar voor mij wekt het wel vragen op en is het interessant om me af te vragen wat er eerst was: de kip of het ei? Kwam het superioriteitsgevoel na het natuurlijk fenomeen dat we survival of the fittest noemen of was er eerst het opgelegde gevoel van superioriteit dat verscholen werd achter het biologische aspect.

verder ging Max in tegen de stelling dat de kunst ten einde is, wat me een logische reflex lijkt als je  een richting studeert die zich focust op de kunst, want waarom zou je je gooien in iets dat geen toekomt bezit. Hoewel hij het niet eens was met de voorgaande visie van
Hegel, stemde hij wel in met zijn gedachtegang dat je een kunstwerk moet beleven en de voorbedachte sfeer moet kunnen voelen om werkelijk te kunnen spreken van een kunstwerk. Althans, zo heb ik het begrepen.

Juliette focuste zich niet zozeer op de aanwezigheid van sfeer maar eerder op het blijven hangen of iets kunnen betekenen van het kunstwerk. Dit loop parallel met de filosofie van Hegel waarin hij stelt dat een kunstwerk pas als kunst beschouwd kan worden als het een betekenis of (zelf)reflectie teweeg brengt bij de toeschouwer.

Ik vond het mooi om te zien dat iedereen zijn eigen verwerking van de vraag op zo een manier verdraaid had dat ze het interessant vonden om hiermee verder te werken. Natuurlijk gaat het bij alles makkelijker als je de actie graag doet maar in dit geval is het denk ik essentieel. Als je je zelf gooit in het maken van het kunstwerk, komt de boodschap of de sfeer sterker over en aangezien dit de bedoeling is van een aantal leerlingen, is hun methode van je eigen visie of interesse in het kunstwerk te verwerken ideaal.

vrijdag 8 maart 2019

Het gras is altijd groener aan de andere kant

De voorstelling Platonov, geregisseerd door Matthias Van De Brul (die tevens een van de hoofdrollen speelde), was zeer interessant om te zien. Ik weet zelf te weinig over theater om er een smaakoordeel over te kunnen vellen maar ik kan wel zeggen dat het toneelstuk me boeide en vastzette in de op het podium gecreëerde wereld. Tegen het einde toe werd het duidelijk dat Platonov alleen maar geïnteresseerd was in Sofia toen zij zijn avances nog standvastig afweerde. Deze opvatting -waarbij mensen enkel iets willen wanneer ze het niet (meer) kunnen krijgen- werd hier duidelijk aangehaald. Dit lijkt me een actueel thema. Kant heeft het hierover als hij het sublieme uitlegt. Als we het sublieme en schone even toepassen op mensen in plaats van op kunst, kan ik mijn redenering uitleggen. Het sublieme wordt omschreven als niet te begrijpen en als iets dat ver buiten ons bereik ligt terwijl schoon wordt afgebeeld als het bevestigd zien van de rede.
Omdat het sublieme niet te begrijpen valt, kan dit gezien worden als iets bedreigend en sterker nog, als een bedreiging voor de bevestiging van de rede. Dit zien we terug bij het fenomeen waarbij je iets of iemand niet kunt krijgen en hierdoor enorm aan jezelf gaat twijfelen. Deze twijfeling is met andere woorden de tegenpool van bevestiging en kan dus omschreven worden als een gevolg van het sublieme.
Een andere visie op de hiervoor genoemde opvatting wordt geïllustreerd door Michel Houellebecq. Hij vertelt in één van zijn boeken dat wanneer je dicht bij het vinden van geluk bent, het leven ingrijpt om dit te voorkomen. Dat wil zeggen, op het moment dat je bijvoorbeeld in een depressie zit en dus ver van het geluk vandaan zit, wil je niets anders dan gelukkig zijn. Maar vanaf het moment dat je hier dichterbij komt, begin je te twijfelen omdat je vreest dat je nog steeds niet gelukkig zal zijn als je deze eindfase bereikt zult hebben. Met andere woorden, je bent dicht bij het einddoel, begint te twijfelen en je drang om gelukkig te worden is opeens niet meer zo groot.
Normaliter vind ik het moeilijk om toneelstukken als kunst te beschouwen maar bij dit stuk waren de gezichtsuitdrukkingen (en dan vooral die van Matthias) zo goed dat ze me echt raakten. De dingen die er gezegd werden, gaven stof tot nadenken en creëerden zo de mogelijkheid tot een zelfbewustwording van de mens. Alles wat tot deze zelfbewustwording van de geest kan leiden, beschouwt Hegel als kunst en wie ben ik om daar tegen in te gaan.

dinsdag 26 februari 2019

Eerste ontmoeting kunsthumaniora

Ik vond het enorm interessant om de leerlingen van De!Kunsthumaniora te ontmoeten. Wat me direct opviel, was hoe anders het hier was qua sfeer, concept en manier van omgaan met elkaar. Voor ik de leerlingen in kwestie leerde kennen, voelde ik me een beetje bevreemd van al het vooorgaande. Ik was bang dat er vooroordelen of te grote verschillen zouden zijn maar niets was minder waar. Dit merkte ik duidelijk bij het filodaten, wat voor iedereen denk ik wel spannend of persoonlijk moment was. Je toont jezelf namelijk helemaal door je mening te geven over een aspect van de kunst en zij vormen hun idee over jou op basis van deze drie minuten. Ik heb me uiteindelijk over deze gedachte kunnen zetten en ben opgelucht over het resultaat dat hieruit voortgevloeid is.

De vraag die ik stelde was: Mag de kunst materiële of fysieke schade aanrichten?
De antwoorden in verband met het materiele aspect van de vraag varieerden enorm. Zo herinner ik me dat sommigen onder hun zeiden: 'absoluut niet, waarom zou iemand anders moeten leiden onder mijn ideeën?' Aan de andere kant waren er ook mensen die zeiden dat dit in hun ogen absoluut zou mogen. Hun argument hiervoor was dat alles vervangbaar was en waarom zouden we deze zaken dan niet mogen gebruiken om een boodschap sterker over te brengen. Dit liet me nadenken over het concept 'vervangbaar'. Om nu het voorbeeld te geven van een gebouw, uiteraard is dit vervangbaar, maar is bijvoorbeeld een herinnering dat niet ook? Maken we niet steeds plaats voor nieuwe herinneringen door de ander te verdringen of, beter gezegd, te vervangen? Natuurlijk kan je je hier de vraag stellen of herinneringen in de betekenis van het materiele passen. Daarom zal ik mijn gedachtegang illustreren met een ander voorbeeld. Neem nu dat de kunstenaar jou kinderlijk huis gebruikt om zijn of haar statement te maken. Puur technisch gezien is het huis een bouwwerk dat opgebouwd is uit stenen en ander objectief materiaal en kan het dus gezien worden als iets dat vervangbaar is. Hier komt de moeilijkheid van de kwestie: waar ligt de grens tussen het verschil in vervangbaar voor de samenleving of vervangbaar voor een individu? Deze grens is moeilijk te trekken omdat wij als mens zonder er bij na te denken een subjectief gevoel krijgen bij elke materie die we in ons opnemen. Ik denk dat we hieruit kunnen stellen dat het woord 'vervangbaar' voor iedereen een andere betekenis heeft en dat er geen concreet antwoord mogelijk is op de vraag of de kunst al dan niet materiele schade mag aanrichten.

De antwoorden die kwamen op het fysieke aspect van de vraag waren simpeler. Iedereen was het ermee eens dat je jezelf mag pijnigen voor de kunst. Of dit een weldoordachte beslissing is, is een andere kwestie, maar de keuze ligt bij de persoon zelf. Toen ik vroeg of een kunstenaar andere mensen fysiek mocht schaden, zeiden de meesten dat ze dit een vreemde gedachte vonden maar als de schade gebeurt met wederzijdse toestemming zagen ze niet in waarom dit een probleem zou zijn. Dit vind ik dan weer moeilijk omdat ik er niet zeker van ben dat iedereen in staat is de beslissing voor zichzelf te maken. Stel nu dat je  depressief bent en echt even geen zin meer hebt om verder te gaan en je op dat moment de keuze maakt om jezelf te laten pijnigen voor de kunst. In dit geval neemt de kunstenaar alle vooruitzichten voor een mogelijke toekomst af en heeft hij als het ware een niet terug te draaien invloed op het leven van iemand anders. Ik vind niet dat de kunstenaar in staat mag zijn de toekomst van een ander af te nemen, ook al had hij op dat specifieke moment hier de'toestemming' voor.








maandag 14 januari 2019

Tuymans en plagiaat

Ikzelf vind dat Tuymans geen plagiaat gepleegd heeft aangezien hij doelde op een parodie. Om iets te parodiëren, heb je uiteraard iets nodig dat als insteek voor je gedachten kan dienen. 
Tuymans zijn intenties zijn geheel anders, alsook het kunstwerk zelf. Tuymans heeft de foto van Katrijn Van Giels niet overgenomen (we kunnen wel stellen dat hij deze als bron gebruikte), hij heeft de foto subjectief geïnterpreteerd en dit naar eigen opvatting weergegeven. Het is als het ware een verdere bewerking van de foto, geen reproductie.

Plato zou volgens mij zeggen dat alles wat niet het idee zelf is, een vervormde weergave van de werkelijkheid is. Dit wil zeggen dat je verwezenlijking altijd ondergeschikt zal zijn aan je subjectieve indruk. Als we hier op verdergaan, is het logisch dat nooit twee werken die op iets gebaseerd zijn, identiek kunnen zijn. Zo kunnen logischerwijs stellen dat een kunstwerk nooit identiek kan zijn aan hetgeen wat die kunstenaar namaakt, net door de verscheidenheid van interpretaties die mogelijk zijn. Nu bij Tuymans het niet de bedoeling was om de foto te reproduceren, lijkt me dat we plagiaat hier helemaal kunnen uitsluiten.   Afbeeldingsresultaat voor tuymans en katrijn van giels

Afsluitende post

Tijdens dit semester hebben we zoveel verschillende visies op de kunst  gezien die allemaal op de een of andere manier logisch zijn, dat ik ...